TH-logo TH fotoTH fotoTH foto

De koning sterft

van Eugène Ionesco

Het stuk

Ionesco beweert dat de meeste van zijn stukken ontstaan zijn uit dromen en daarom zo nonsensicaal en surrealistisch konden overkomen. ‘De koning sterft’ komt daarom in eerste instantie klassiek, haast Shakespeariaans over. Het stuk vertelt op lineaire wijze het verhaal van een koning (Bérenger de 1ste) die voor de ogen van de toeschouwers en omringd door zijn naasten (twee koninginnen, een meid/verpleegster, een wachter en een beul/chirurg) langzaam sterft.

Bij de eerste opvoeringen meenden velen te kunnen poneren dat Ionesco met ‘De koning sterft’ klassiek was beginnen te schrijven en het avant-garde vaarwel had gezegd. Niets is minder waar. Zijn schriftuur is rijker, dieper, persoonlijker, gewaagder en gelaagder geworden.
Dit heeft, mijn inziens, alles te maken met het feit dat Ionesco zich voor dit stuk liet inspireren door zijn eigen beleving, nl. dat hijzelf zeer ziek geworden was en de dood zelf recht in de ogen gekeken had. Hiermee heeft hij zijn eigenzinnige levensvisie en originele schriftuur kunnen combineren met de kracht van een eigen fundamentele levenservaring.

Alles in ‘De koning sterft’ is een bewijs van deze ontwapenende diepgang en intelligentie, nooit ontdaan van de nodige humor en meesterlijke scherpzinnigheid.
Om te beginnen is het stuk opgebouwd als een grote eenakter, ogenschijnlijk zonder structuur of plotwendingen, als een muzikale spiraal vol crescendo’s en decrescendo’s. Maar wie aandachtig inzoomt, ontdekt een haast chirurgische beschrijving van de verschillende mentale én fysieke fases die iemand doormaakt, wiens sterven nakend én bewust is: nl. negatie, woede, angst, onmacht, weemoed en ten slotte berusting en aanvaarding enerzijds en fysieke aftakeling van de hersenen, spieren, longen en het hart anderzijds.

Deze haast psychologische ‘klassieke’ structuur wordt voortdurend doorspekt met groteske en ‘absurde’ taferelen vol zwartgallige humor en hallucinante beeldspraak. Hierdoor is het stuk ook niet te vatten onder één noemer, voortdurend wisselend tussen beklijvende emoties en cynische oneliners, tussen poëtische melancholie en carnavaleske uitspattingen, tussen filosofische inzichten en platvloerse uitlaten.

Maar Ionesco gaat nog verder.

Bérenger de 1ste is misschien een koning, maar hij is vooral een mens zoals u en ik, en daar laat Ionesco geen twijfel over bestaan. Het (letterlijk!) afbrokkelende koninkrijk en de (letterlijk!) verdampende onderdanen zijn enkel maar bespiegelingen van het fysieke verval en de innerlijke aftakeling van elke stervende mens. De nevenpersonages zijn, naast archetypen uit middeleeuwse sprookjes, uiteindelijk maar vleesgeworden emoties en inzichten die, het einde met rasse schreden naderend, met elkaar in botsing komen.

Maar Ionesco gaat nog veel verder.

In de meeste van zijn stukken vult de scène zich met rekwisieten naargelang de actie zich ontwikkelt. In ‘De koning sterft’ gebeurt net het omgekeerde. Alles en iedereen verdwijnt geleidelijk aan voor de ogen van de toeschouwer – incluis de koning zelf. Hiermee verbeeldt Ionesco allicht het feit dat de dood gelijk zou zijn aan het Grote Niets, maar hij slaagt er vooral voortreffelijk in om de toeschouwer zelf de stervende te laten zijn, voor wie het niet hijzelf maar de wereld rond hem is die sterft.

In een interview zei Ionesco: ‘We zouden moeten kunnen leren sterven. Ik zou moeten kunnen leren sterven. We zouden elkaar moeten kunnen helpen sterven. Het lijkt mij onze belangrijkste opdracht, aangezien we allemaal stervenden zijn die weigeren te sterven. Dit stuk is een poging tot een les in sterven.’

Tot slot, toch nog dit, voor zij die met een les in sterven niet echt bediend zijn… Hoe onverbiddelijk en onontkoombaar ons nakend einde ook moge zijn, het is tevens een spektakel, een schouwspel, een ceremonie, een feest (het is niet voor niets dat Ionesco dit stuk eerst de titel ‘la Cérémonie’ wilde meegeven!). Laten we dus met het sterven en de doodstrijd van één individu ook het leven en de vrolijke zinloosheid van ons bestaan vieren.

Dus met de titel ‘De koning sterft’ is alles én niets gezegd…

En er staan u nog meer verrassingen te wachten…

Met een ijzersterke ploeg, zowel voor als achter de schermen, werken we aan een onvergetelijke theaterervaring. Voor minder gaan we niet!

De Koning is dood! Leve de Koning!

Vital Schraenen, 1/1/2017