All My Sons

All My Sons affiche All My Sons
van Arthur Miller

Regie: Francis Ringelé

Met: Achiel Boesmans, Jan Debognies, Anne De Backer, Mieke De Decker, Guy De Smedt, Tim Dewit, Joke Luyten, Rita Sepelie, Luc Stroobants, Andrew Wils

zaterdag 18 april 2009 - 20u15
vrijdag 24 april 2009 - 20u15
zaterdag 25 april 2009 - 20u15
zondag 26 april 2009 - 15u

 

Enkele jaren na Wereldoorlog II. Joe Keller, directeur van een vliegtuigonderdelenfabriek, zijn vrouw Kate en hun zoon Chris moeten verder leven zonder Larry, de andere zoon, een gevechtspiloot die niet is teruggekeerd uit de oorlog.

Tijdens de oorlog leverde Joe vliegtuigcilinders met constructiefouten aan de luchtmacht. 21 piloten verongelukten, waaronder misschien zijn eigen zoon. Joe wist de schuld af te wenden op zijn werknemer, vriend en buurman Steve. Annie, de dochter van Steve, was Larry’s lief, maar nu wil zijn broer Chris met haar trouwen, zeer tegen de zin van zijn moeder Kate.

George, de broer van Annie, heeft zijn vader bezocht in de gevangenis en kent de ware toedracht van het verhaal. De doos van Pandora gaat open.

Met “All My Sons” schreef Arthur Miller een familiedrama over onze verantwoordelijkheid, tegenover zowel de maatschappij, als het eigen gezin.

Arthur Miller (1915 – 2005) creëerde “All My Sons” in 1947 en het werd zijn eerste theatersucces.

Arthur Miller

Arthur Miller werd op 17 oktober 1915 in New York geboren als zoon van de Oostenrijkse Joodse immigrant Isidor Mahler, die zijn naam verengelste tot Miller. De economische crisis van 1929 dwong Miller met verschillende baantjes geld te verdienen, om zijn “letteren”-studies aan de universiteit van Michigan te kunnen betalen. Na zijn studietijd schreef Miller veel hoorspelen en werkte hij aan een scenario voor de oorlogsfilm “The Story of G.I. Joe”.

In 1944 werd ook zijn eerste toneelstuk “The Man Who Had All the Luck” uitgebracht op Broadway. Het had weinig succes en werd na vier voorstellingen van het repertoire afgevoerd.

De doorbraak van Miller als toneelschrijver kwam er in 1947 met “All My Sons”, dat bekroond werd met de New York Drama Critics’ Circle Award, de prijs van de New Yorkse toneelcritici. Twee jaar later kreeg Miller de Pulitzerprijs voor “Death of a Salesman” (Dood van een handelsreiziger).

In 1953 volgde “The Crucible” (Heksenjacht). Het materiaal voor “The Crucible” putte Miller uit de heksenprocessen die in 1692 in het plaatsje Salem, Massachusetts, gevoerd werden. Het verband van dit stuk met de jacht op communisten in de Verenigde Staten in de jaren vijftig is onmiskenbaar. Miller werd in 1956 op verdenking van communistische sympathieën ondervraagd door de ‘commissie tegen on-Amerikaanse activiteiten’ onder leiding van senator McCarthy. Miller weigerde namen te noemen en een jaar later volgde zijn veroordeling tot een boete van 500 dollar en 30 dagen gevangenisstraf. In hoger beroep werd dit vonnis in 1958 nietig verklaard door het hooggerechtshof. In 1956 verscheen “A View from the Bridge” (Van de brug af gezien) dat zich afspeelt in het Italiaanse immigrantenmilieu.

Miller scheidde in 1956 van zijn eerste vrouw, Mary Slattery, met wie hij in 1940 getrouwd was, en trouwde met de filmactrice Marilyn Monroe (1926-1962). Voor de door John Huston geregisseerde film “The Misfits” (1961), met Marilyn Monroe, schreef Miller het scenario. In 1964 - Miller was inmiddels gescheiden van Marilyn Monroe en hertrouwd met de Oostenrijkse fotografe Inge Morath - gingen twee toneelstukken in première: “After the Fall” en “Incident at Vichy”. Uit 1968 dateert nog “The Price”.

Kenmerkend voor zijn werk is de sociale bewogenheid, die in de thematiek tot uiting komt. Miller plaatst zijn hoofdfiguren vaak in een intieme familiekring, die echter geen bescherming biedt tegen de maatschappelijke krachten. Miller analyseert, met een duidelijke voorkeur voor een psychologische benadering, de menselijke tekortkomingen, die tot bedrog en vernietiging leiden.

Samen met Edward Albee, Tennessee Williams en Eugene O’Neil behoort Arthur Miller tot het kruim van de Amerikaanse dramaturgie van het midden van de 20ste eeuw.

Arthur Miller overleed op 10 februari 2005.

Het stuk

“All My Sons” is gebaseerd op een waar gebeurd verhaal, Millers schoonmoeder haalde het uit een krant. Een vrouw had haar vader aangegeven bij justitie, omdat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog ‘bewust’ foute onderdelen had geleverd aan het leger.

Miller liet zich ook inspireren door het stuk “De wilde eend” van de 19de eeuwse Noorse toneelauteur Henrik Ibsen, een tragedie over waarheid en levensleugens. Ibsen zou voor Miller steeds een belangrijke inspiratiebron blijven. Het stuk kende zijn première op 29 januari 1947 in het Coronet Theatre in New York in een regie van de befaamde theater- en filmregisseur Elia Kazan. Niet minder dan 328 voorstellingen werden er gespeeld. “All My Sons” werd in 1947 bekroond met de New York Drama Critics’ Circle Award. Arthur Miller ontving een Tony Award als beste auteur en Elia Kazan kreeg er een als beste regisseur. Sinds zijn première in 1947 werd “All My Sons” al twee keer verfilmd. In 1948 reeds, was er een verfilming met als acteurs onder meer Burt Lancaster en Edward G. Robinson, in een regie van Irving Reis. Er kwam een tweede (tv)-adaptatie in 1986 in een regie van Jack O’Brien met in de voornaamste rollen James Withmore, Aidan Quinn en Joan Allen.

Van september 2008 tot januari 2009 werd het stuk op Broadway hernomen in een regie van Simon Mc Burney en met John Lithgow, Patrick Wilson, Dianne Wiest en Katie Holmes (mevrouw Tom Cruise) in de hoofdrollen. In 2007 toerden De Roovers met veel succes met “All My Sons” door het Vlaamse land, met in de cast: Robby Cleiren, Luc Nuyens, Sofie Sente, Sara De Bosschere, Maaike Neuville, Herwig Ileghems, Bram De Win en Peter Gorissen.

De regisseur

Al voor de zesde keer zit Francis Ringelé in de regisseursstoel bij TH. Eerder ging hij aan de slag met “Suddenly Last Summer” van Tennessee Williams (1997), “Verafgelegen gebieden” van Noël Coward (1998), “Les liaisons dangereuses” van Christopher Hampton (2001), “Ghetto” van Joshua Sobol (2005) en “De kreupele van Inishmaan” van Martin McDonagh (2007). Acteren is er de jongste jaren niet meer bij, alle aandacht gaat naar het regiewerk. Bij TH stond hij op de planken in de Noel Coward-eenakter “Toen we dansten” (1998) en in “Jesus Christ Superstar” (2000) waar hij de rol vertolkte van de farizeeër Annas.

Het verhaal

De Tweede Wereldoorlog is al enkele jaren achter de rug en het dagelijkse bestaan gaat weer zijn gewone gang . Zo ook in de buitenwijk van een Amerikaanse stad waar de familie Keller woont. We zijn eind jaren veertig op een zomerse zonnige zondag. Joe Keller, geslaagd selfmade zakenman en directeur van een vliegtuigonderdelenfabriek, zijn vrouw Kate en hun zoon Chris, moeten hun leven verder zetten zonder Larry, de andere zoon, een gevechtspiloot die niet is teruggekeerd uit de oorlog. Na een opdracht aan de Chinese kust werd hij als vermist opgegeven. Kate is er heilig van overtuigd, dat Larry nog leeft en op een dag thuis zal komen. Vrij geregeld verschijnt er immers wel een bericht in de krant over een vermiste militair die plots weer opduikt. Waarom zou dit met Larry ook niet kunnen gebeuren? Joe en Chris denken daar anders over. Ze beseffen maar al te goed, dat Larry dood is, maar durven Kate niet tegen te spreken. Haar verplichten de waarheid onder ogen te zien zou haar gezondheid in gevaar kunnen brengen.

Joe houdt zelfs heel bewust die waan in stand, daar heeft hij alle belang bij. Hij wil vooral geen slapende honden wakker maken, want tijdens de oorlog leverde Joe aan de luchtmacht vliegtuigcilinders met constructiefouten. Daardoor verongelukten eenentwintig piloten, waaronder (misschien) zijn eigen zoon Larry. Joe belandde in de gevangenis, maar slaagde erin, door een leugen, de schuld af te wenden op zijn rechterhand, vriend en buurman Steve Deever. Annie, de dochter van Steve, was Larry’s lief. Op uitnodiging van Chris is Annie, voor het eerst sinds drie jaar, enkele dagen te gast bij de familie Keller. Chris, die al die tijd correspondeerde met Annie, wil haar ten huwelijk vragen. Dit kan absoluut niet voor Kate. “Je trouwt niet met de verloofde van je eigen broer”, zegt ze. Voor Kate is Annie nog steeds Larry’s meisje. Toestemmen in een huwelijk zou immers gelijk staan met Larry dood verklaren. Wat later arriveert ook, onverwachts, George Deever, advocaat en Annie’s broer. Die heeft, voor het eerst, een bezoek gebracht aan zijn vader in de gevangenis. George is woest, want hij heeft van Steve net de ware toedracht over de foute levering vernomen. De maskers vallen af, de doos van Pandora gaat open. Joe kan zijn leugens niet langer in stand houden en zal hieruit zijn conclusies moeten trekken.

Met “All My Sons” schreef Arthur Miller een familiedrama over onze verantwoordelijkheid tegenover zowel de maatschappij, als het eigen gezin. En wat primeert er dan? Denken we wel voldoende na over wat de gevolgen van onze daden kunnen zijn? Rechtvaardigt de verantwoordelijkheid voor de toekomst van je gezinsleden schuldig verzuim tegenover de maatschappij en dus ook tegenover de onschuldige slachtoffers? Hoewel de oorlog al drie jaar voorbij is, speelt die in “All My Sons” een belangrijke rol. Zo maken we kennis met zij die gingen en zij die thuis achterbleven. Er zijn er die terugkwamen en er zijn er die niet teruggekomen zijn. Sommigen participeerden uit idealisme en anderen waren enkel uit op eigen profijt.

“All My Sons” toont onder zijn realistisch oppervlak de morele diepgang en de heldere symboliek van een hevig familiedrama. Arthur Millers toneelstuk staat na zestig jaar nog steeds als een huis. Nog steeds weegt het oorlogsprofijt vaak zwaarder door dan een mensenleven.

 

 

www.toneelheverlee.be - Contact - Laatst aangepast 22/1/2013 22:01