Federico

Federico affiche Federico
van en over Federico Garcia Lorca

Regie: Jos Stroobants

Met: Katelijne Billet, Bieke Jorissen, Tine Peeters, Tom Permentier, Jan Reynaerts, Jan Sprengers, Jimmy Thielens, Peter Van Bouwel, Hubert Vanhellemont, Martine Van Poucke, Ruth Vercruysse, Frans Vranckx

zaterdag 24 januari 2009 - 20u15
vrijdag 30 januari 2009 - 20u15
zaterdag 31 januari 2009 - 20u15
zondag 1 februari 2009 - 15u

 

Federico is niemand anders dan de Spaanse dichter Federico Garcia Lorca (1898-1936), die tegelijk ook nog tekenaar was, componist, mimespeler, pianist, theaterauteur, regisseur.

“Federico” wordt een collage. We spelen met zowel de gegevens uit de biografie, als de mythes die rond zijn persoon zijn geweven, niet in het minst door hemzelf.

Centraal staat het merkwaardige poppenkastachtig toneelspel “De liefde van Don Perlimplín en Belisa in haar tuin”, een poëtische en tragische variante van het door heel Europa bekende volksverhaal van de oude man die een jonge vrouw huwt.

Deze productie legt meteen ook een mogelijke (en al even tragische) autobiografische lijn bloot, die tegelijk doorheen dit stuk en doorheen heel het oeuvre van de dichter loopt.

Maar daar omheen speelt het, door de toeschouwer mee te construeren, verhaal van dit theatrale visioen zich af, tussen Spanje en New York, tussen Cuba en het Arabische Noord-Afrika, tussen het klooster en de arena, tussen de werkelijkheid en de droom, tussen de helderheid van het water en de duisternis van de dood.

De eenheid van een man en zijn werk

Federico García Lorca kwam heel erg in de buurt van wat de Renaissance graag een uomo universale noemde: iemand met een brede cultuur, een ruim en met gretigheid geconstrueerd denkkader, en thuis op zo wat alle gebieden van menselijke activiteit. Federico was dan ook tegelijk dichter, tekenaar, componist, mimespeler, pianist, theaterauteur, regisseur, musicoloog, etc. En bovendien was hij zich zeer bewust van de ruime politieke en maatschappelijke implicaties van zijn bezigheden. Dit laatste, gekoppeld aan zijn algemeen bekende maar in zijn oeuvre zelden gethematiseerde homoseksualiteit, maakte hem tot een verdachte en onbetrouwbare figuur in het Spanje van dictator Franco. Federico zou dan ook als een der vroegste slachtoffers vallen onder de kogels van het regime in 1936, in de eerste dagen van de burgeroorlog. Zonder enige vorm van proces. Hij was toen amper 38 jaar. Maar in die 38 jaar was hij uitgegroeid tot een der meest vooraanstaande intellectuelen en kunstenaars van zijn land. En ook vandaag nog wordt hij in binnen- en buitenland ongecontesteerd beschouwd als de belangrijkste Spaanse dichter van de twintigste eeuw. Zijn nochtans niet eenvoudige poëzie werd in brede kringen gelezen en hoog gewaardeerd.

Zijn theaterwerk met de studentengroep La Baracca, die hij oprichtte in het kielzog van het enthousiasme toen Spanje in 1931 de republiek afkondigde, was baanbrekend, en bracht zowel de Spaanse klassieke auteurs als moderne toneelspelen tot in de kleinste dorpen op het platteland. Hij schreef daar zelf over: “Ik hou van de aarde. Ik voel me aan haar gebonden in al mijn gevoelens. Mijn vroegste herinneringen aan mijn kindertijd dragen de smaak van de aarde. De insecten, het vee, het plattelandsvolk droegen suggesties in zich die zich aan mij opdrongen. Ik vang ze ook vandaag nog op met diezelfde kinderlijke ingesteldheid.” Nochtans verhinderde deze band met de natuur Lorca niet resoluut op te komen voor een hedendaagse literatuur, ingebed binnen een tegelijk moderne en universele uitbouw van alle kunsten. Hij putte geïnspireerd en begeesterd diep in zijn niet geringe creativiteit voor het vinden van mythische gestalten die het “nieuwe “ Spanje zijn identiteit moesten geven. Zo riep hij de zigeunercultuur op in de bundel “Romancero Gitano” (1928), de stierengevechten in de aangrijpende klaagzang “Llanto por Ignacio Sánchez Mejías” (1935), en de fijnzinnige Arabische invloeden in het Spaanse verleden in de gacelas en casidas (oude Arabische dichtvormen) die hij in de “Diván del Tamarit” verzamelde en heruitvond.

Deze herkenbare mythes, diepgravende verhalen en oerbeelden, bouwden ook mee aan de eigen identiteit van de dichter. Zo was het onvermijdelijk dat ze eveneens hun weg vonden in de theaterproductie die wij over hem wilden verzinnen. Zij maken er zelfs de ruggengraat van uit. Liederen, gedichten, biografische elementen, verhalen, fantasieën, dansbeelden, grafische invallen, poëtische commentaren, … smeden zich hier aaneen tot een spel waarin droom en werkelijkheid onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden en samen bouwen aan een ander soort realiteit: een realiteit waarin noch de toeschouwer, noch de acteur, noch Lorca zelf worden opgesloten, maar die een beeld oproept van een essentiële én mogelijke vrijheid.

“Federico”: op zoek naar een nieuwe theatraliteit voor Lorca

De korte, tegelijkertijd vrolijke en tragische theatertekst (haast een poppenspel) “De liefde van Don Perlimplín en Belisa in haar tuin” vormt het centrale punt van deze productie. Hij herneemt oeroude volksverhalen, verlangens én angsten, en smeedt ze om tot een vervreemdend, haast hilarisch, dramma giocoso. Daar omheen vormen de drie hiervoor genoemde mythes (die van de gitano, de torrero, en de Arabier) een breekbare krans van poëtische elementen, die onze auteur bevruchtend kunnen binnenvoeren in het eigen poëtische universum van de toeschouwer. Verder verheft ons theatraal spel op zijn beurt twee elementen uit de biografie van Lorca tot mythe: zijn verblijf in New York (1929) en aansluitend dat op Cuba (1930). Was het eerste een confrontatie van de ‘rurale’ Federico met de tragiek van de anonieme en agressieve grootstad, dan las hij in het andere maar al te gretig de bevestiging van de mogelijkheid van het paradijs (noodzakelijkerwijs een eiland?). Deze twee hoofdstukken krijgen de vorm van een getheatraliseerde soundscape, en worden zo aan de historische werkelijkheid onttrokken.

En tenslotte werd de motor van ons Lorqiaanse spel aangeleverd door een wel zeer twintigste-eeuwse, en (voorlopig nog?) oncontroleerbare mythe die pas een aantal jaren terug ontstond. Plots dook het verhaal op dat de dichter niet zou gestorven zijn onder de kogelregen van het geïmproviseerde vuurpeloton, maar halfdood door een onbekende gevonden onder de lijken en ondergebracht in het nabijgelegen nonnenklooster. Daar zou hij nog geleefd hebben tot in de jaren vijftig van vorige eeuw als een geheugenloze tuinman, die amper sprak en nog enkel het woord agua (water) hakkelde of op kleine briefjes schreef. Het is die minstens even mythische, even onmogelijke, even krachtig tot poëzie getransformeerde Federico die in deze productie terugkijkt naar zijn leven. Dat hij dat doet met de onrealistische – of beter: surrealistische – maar helderziende ogen van de ons uit zijn oeuvre bekende Federico García Lorca, zal niemand verbazen. Dat hopen wij tenminste.

Jos Stroobants

Leuvenaar Jos Stroobants is al jaren actief bij Toneel Heverlee, als acteur en als regisseur. Opsommen in welke stukken hij sinds meer dan 30 jaar meegespeeld heeft, zou ons te ver leiden (het ontbreekt ons trouwens aan genoeg betrouwbare bronnen om een volledige lijst te kunnen samenstellen), maar dat “Federico” zijn vijftiende regie bij TH is, daar zijn we wel zo goed als zeker van. Zie trouwens het lijstje op de volgende bladzijden. Daarnaast is Jos bekend als dichter. Hij publiceerde gedichten in o.a. Nieuw Vlaams Tijdschrift, De Standaard, Kruispunt, Ambrozijn en Muzisch Meerdaal. Van zijn hand verschenen reeds verschillende erg goed onthaalde dichtbundels, zoals Kleefkruid op mijn lippen (1979), Zachter kan ik niet (1981), Blauwdruk voor een brug (1988), Tegen de tijd (1994), Het graf van Federico (1998) (!), Alsof alles nog moet beginnen (2005) en dit jaar nog En zeer aandachtig… (2008).

Zijn poëzie werd meermaals bekroond, o.a. in de wedstrijden van de Jonge Vlaamse Dichtkunst (Poperinge), het Masereelfonds, de Boekenbeurs (1981) en De Tijd in Vers (1999). Voor Alsof alles nog moet beginnen (2005) kreeg hij de Publieksprijs voor beste Poëziebundel. Jos is bovendien muzikant en koorleider. Zo werkt hij mee met het nog jonge koor Camerata Aetas Nova, dat nog maar pas de prijs Koor van het Jaar 2008 – 2009 van Klara en Canvas in de wacht heeft gesleept. En dan vergeten we nog tientallen aspecten van deze veelzijdige man. Lorca, wiens leven en werk altijd al een van zijn passies is geweest, is in goede handen bij Jos.

 

 

www.toneelheverlee.be - Contact - Laatst aangepast 22/1/2013 22:01