Onze Manu

Onze Manu affiche Onze Manu
van Paul Vanbossuyt

Regie: Paul Vanbossuyt

Met: Georges Christens, Frieda Duchateau, Colette Grégoire, Isabelle Janssens, André Smout, Jan Uytterhoeven, Marcel Valgaeren, Hubert Vanhellemont, Eva Van Houcke, Bea Vanlangendonck, Pascal Vranckx

zaterdag 22 november 2008 - 20u15
vrijdag 28 november 2008 - 20u15
zaterdag 29 november 2008 - 20u15
zondag 30 november 2008 - 15u

 

Hoe Onze Manu tot stand kwam

Fernand was een nakomertje en een zevende zoon. De koning werd niet verwittigd, want de vader van Fernand had een betere peter op zicht. Die dronk zich op het doopfeest Lazarus, sukkelde in de vaart en verdronk. Fernands moeder zag hierin een slecht voorteken, een omen. Ze had gelijk. Al wat Fernand ondernam sukkelde ook ergens in. Niettegenstaande zijn vader en vijf van zijn broers succesvolle aannemers waren of werden, slaagde hij er alleen in wegzakkende bruggen, lekkende kanalen, horizontale putten en mank lopende relaties te verwezenlijken. De zesde broer, die eigenlijk de derde was, werd bisschop. Hij zorgde voor de PR.

Rachel van haar kant stamde uit een simpele brave familie waar op zich niks mis mee is, behalve dat er niet veel over te vertellen valt. Op een iets te warme avond slaagde ze er toch in zich te laten opmerken met door het ijs te zakken. Fernand, die zich voor de dertiende opeenvolgende dag aan het afvragen was of hij ook wilde schaatsen, dankte de hemel voor zijn getalm en wist Rachel uit het koude water te vissen zonder er zelf te peilloos in te verzinken. De vijver was trouwens maar driekwart el diep. Fernand wikkelde Rachel in zijn mantel en hielp haar, wrijvend en schuddend, naar zijn woning, die gelukkig niet te ver van de vijver af stond. Daar wikkelde hij Rachel weer uit zijn mantel evenals uit de rest van haar natte kleren. En zo kwam Onze Manu tot stand.

Met Onze Manu was er direct iets mis. Hij weigerde de borst van zijn moeder. Alleen geitenmelk met een vleugje smaakmaker kon hem bekoren. Drankje dat hij nog dagelijks slurpt, ofschoon de geitenmelk plaats ruimde voor fabrieksmelk met een beetje stijfsel in. Wat duidelijk te merken is aan zijn houding. Hoewel de kledij hier ook een rol speelt. Op zijn zevende liep hij van huis weg en gezien niemand hem achterna liep was hij verplicht uit zichzelf terug te komen. Dat heeft hem getekend. Op zijn veertiende liep hij uit de gemeenteschool weg. Hij wou bisschop worden, zoals nonkel pastoor, om heel de wereld naar de verdoemenis te prediken. Toen het hem duidelijk werd, dat pastoors in een soort pensionaat gedropt werden, was hij nog eens verplicht op zijn stappen terug te keren. Terugkeer waar hij dan weer spijt van kreeg toen hij meer vernam over het leven aldaar. Het is te begrijpen dat al dit heen en weer geloop hem andermaal tekende. Op zijn éénentwintigste gebeurde er niets, maar op zijn zevenentwintigste moest hij vluchten voor Ingrid, de vriendin van zijn dode vriend, de Griek. Twee meter hoog en ruim 105-105-105! De vriendin.

Als al wat je onderneemt misloopt, kun je erbij gaan liggen. Dat deed Fernand niet. Hij ging erbij wandelen. Uren en uren en als hij moe was, ging hij zitten. Onder de brug van de vaart, om naar de vissen te kijken, maar die kon hij niet echt zien want het water was te troebel. De vissen die hij wel zag, waren trouwens veel schoner. Zo werd Fernand filosoof, maar gezien geen mens naar hem luisterde, converseerde hij meestal overdreven luid met de wolken en heel soms met Rachel.

Rachel deed de afwas, de wasmachine deed de was en de stofzuiger onderhield het huis. Met soep kwamen ze luid bellend rond. Een boterham met soep en stinkkaas aten ze dikwijls en graag. Soms met siroop. Biefstuk was te hard voor hun tanden en sinds Rachel gelezen had, dat frituurolie af en toe moest ververst worden was het plezier van friet bakken er ook af.

Onze Manu stond op een keerpunt. Hij kon niet blijven lopen. Hij werd ook al een dagje strammer. Nu moest het gebeuren. De eerste occasie die zich voordeed zou hij meepakken. En ze deed zich voor. In de gedaante van Lanzarote. De luidruchtige dochter van Guy, een zesderangsgangstertje, en Céleste, een knettergekke, stinkrijke moeder.

Guy was vroeger boekhouder, bij Céleste. Hij hield er heel wat aan over, aan dat boekhouden, tot Céleste hem betrapte. Toen kon hij kiezen en hij hield er Céleste aan over. Sindsdien is hij gekrompen, schoon hij denkt een volwaardige gangster te zijn.

Céleste is het middelpunt van de wereld en al wie het daar niet mee eens is, kan de pot op.

Dus: Manu twijfelt, Lazarote is chronisch overspannen, Guy sjoemelt, Céleste raaskalt en Fernand vlucht. Maar Rachel droomt. Wat zijn voordelen heeft.

Zo belanden we in een mum van tijd in een park, aan zee, in een restaurant, in een casino, in een nachtbar… Zo ontmoeten we ook hoogst eigenaardige politievrouwen, zeer loense clochards, dolle buschauffeurs, vrolijke vriendjes, zingende kelners, frivole danseresjes en afgestompte buitenwippers...

Zo ook horen we nog eens muziekjes die we misschien vergeten waren… “Onze Manu” een dramatische komedie… Laat het drama er maar af, het is ten slotte allemaal komedie.

Over onze Pajotter

We zijn niet met zoveel meer, degenen die Pol Vanbossuyt 28 jaar geleden, in september 1980 in TH zagen aankomen voor zijn eerste regie in onze vereniging. Er zouden nog onnoemelijk veel aankomsten volgen... Hoeveel kilometer zou hij speciaal voor ons en voor zijn liefde voor theater hebben afgelegd? Eerst vanuit Ternat en later vanuit Halle. Eerst veelal op miezerige herfstavonden en later meestal in het kille, klamme voorjaar. Al die jaren hoogstzelden een repetitie missend, weer of geen weer.

Nu was het al een hele tijd geleden. Natuurlijk kwamen hij en Mie ondertussen trouw naar onze producties kijken. Maar voor een regie leek de afstand met de jaren groter te worden. Tot hij vorig jaar zelf een visje in het water gooide, want hij legde toen de laatste hand aan een nieuw eigen toneelstuk, waarvan hij TH graag de primeur wou geven. Creaties zijn trouwens zowat Pols handelsmerk bij TH, hetzij met zelf geschreven stukken (“Fielt”, “De voorstelling begint om 20uur30”, “Paljaske Doctoor”), hetzij met eigen bewerkingen van klassiekers van Carlo Goldoni of Brandon Thomas.

Terug naar het recentere verleden. Het repetitieproces start onder een eerder slecht gesternte. O jawel, tijdens de eerste lezing zijn we met zijn allen enthousiast en wordt met de absurdeske replieken van het stuk nogal wat afgelachen, maar bij de tweede repetitie loopt het fout. Een hardnekkige tandpijn houdt Pol in Halle. Hij die sedert al jaren omzeggens geen enkele afspraak miste, klonk aan de telefoon als een hoopje miserie!

Hij moet bij zichzelf gezworen hebben dat hij het zou goedmaken (zie Uitsmijter). Sedertdien geven we er met de hele ploeg een ferme lap op, in de overtuiging u een aangename en ontspannende toneelavond te bezorgen. Volgens de “anciens” en andere kwatongen is onze Pajotter als goede wijn: hij wordt beter met de leeftijd. Men zegt dat hij zowaar spraakzamer is; men fluistert dat hij een eerlijke inspanning doet om duidelijk en verstaanbaar over te komen; men stelt vast dat hij zeer af en toe zelfs de scène beklimt om iets voor te spelen. Deze productie kan niet meer stuk.

Uitsmijter: Volgens de “anciens” en andere kwatongen is onze Pajotter als goede wijn: hij wordt beter met de leeftijd. Men zegt dat hij zowaar spraakzamer is; men fluistert dat hij een eerlijke inspanning doet om duidelijk en verstaanbaar over te komen; men stelt vast dat hij zeer af en toe zelfs de scène beklimt om iets voor te spelen. Deze productie kan niet meer stuk.

 

Lees ook de nieuwsbrief van deze productie

 

www.toneelheverlee.be - Contact - Laatst aangepast 22/1/2013 22:01